Gemeenten aan zet om zwerfjongeren met schulden toe te leiden naar werk of opleiding

Rapportage_onderzoek_zwerfjongeren_en_schulden
Slim Beleid heeft, samen met Labyrinth Onderzoek & Advies in opdracht van de ministeries van SZW, VWS en OCW een onderzoek uitgevoerd naar zwerfjongeren en schulden. De resultaten zijn op 12 juni 2018 in een brief aan de Tweede Kamer bekend gemaakt.

In dit onderzoek wordt op basis van interviews en enquêtes onder professionals en zwerfjongeren zelf een beeld geschetst van de kenmerken en achtergronden van de groep zwerfjongeren, zowel wat betreft schuldenproblematiek als wat betreft de situatie met betrekking tot werk of opleiding. Onderzoekers schetsen knelpunten en belemmeringen die zich voordoen bij toeleiding naar werk of opleiding en beschrijven inspirerende praktijkvoorbeelden voor het vergroten van de participatie van deze groep op de arbeidsmarkt en het onderwijs. Tot slot benoemen zij oplossingsrichtingen die kunnen bijdragen aan verbetering van toeleiding van zwerfjongeren met schulden naar werk of opleiding.

Beeld van de zwerfjongeren

Het aantal dakloze jongeren (18-27 jaar) is volgens het CBS sinds een aantal jaar stijgende. Op 1 januari 2016 betrof het 10.700 jongeren in Nederland. Het grootste deel van deze jongeren heeft complexe, meervoudige problematiek. Dit blijkt ook uit de interviews met zwerfjongeren. Veel zwerfjongeren zijn bijvoorbeeld in contact geweest met jeugdzorg en hebben agressieproblemen. Ze zijn bezig met overleven. Landelijk is bekend dat bijna 25% van de zwerfjongeren zwakbegaafd is of een verstandelijke beperking heeft. Veel zwerfjongeren die al in zicht zijn bij een vorm van hulpverlening zitten in budgetbeheer of bewindvoering. Uit de interviews blijkt dat de zwerfjongeren vaak niet goed snappen wat er met hun financiën gebeurt en hier graag meer inzicht in zouden willen hebben, zodat ze er iets van kunnen leren.

Knelpunten en belemmeringen

Knelpunten en belemmeringen liggen voor een groot deel buiten de jongeren zelf, bijvoorbeeld als het gaat over beëindiging van jeugdzorg als de jongere 18 jaar wordt en er onvoldoende continuïteit van hulpverlening is. Ook is het inkomen vaak te laag voor de huurprijzen die gevraagd worden, en wordt vaak als voorwaarde voor toelating tot schuldhulpverlening gesteld dat iemand een stabiel woonadres heeft of geen nieuwe schulden maakt. Dit blijken voor veel zwerfjongeren moeilijk haalbare voorwaarden. Daarnaast wordt als knelpunt genoemd dat communicatie door instanties vaak niet aansluit op de belevingswereld van jongeren, waardoor zij belangrijke informatie missen. In sommige gevallen ontbreekt een passend onderwijsaanbod. Ook een gebrek aan kennis bij professionals over mogelijkheden om bijvoorbeeld schuldhulp te bieden als iemand studiefinanciering ontvangt wordt als knelpunt benoemd.

Knelpunten en belemmeringen zijn er ook voor de jongeren zelf: het hebben van een licht verstandelijke beperking of psychische problematiek maken jongeren extra kwetsbaar voor schulden. Door zorgen over de schulden en hoe ze kunnen rondkomen ervaren zij veel stress, wat de focus op werk of opleiding bemoeilijkt of zelfs onmogelijk maakt. Daarnaast hebben veel jongeren reeds een lange geschiedenis met hulpverleningstrajecten achter de rug en zijn zij moeilijk te motiveren voor nieuwe hulpverlening.

Oplossingsrichtingen

Vanwege het grote aantal betrokken organisaties, de complexiteit van de problematiek van zwerfjongeren en de diversiteit aan knelpunten is er geen eenvoudige overall-oplossing te geven. Er is daarentegen op meerdere vlakken en bij diverse typen organisaties werk aan de winkel om de situatie voor zwerfjongeren met schulden te verbeteren. Hieronder staan de belangrijkste:
◾De invoering van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet zal er toe leiden dat geen onderscheid meer wordt gemaakt naar leeftijd bij de vaststelling van de beslagvrije voet en de jongeren maandelijks een hoger bedrag overhouden om van te leven.
◾Als belangrijk aandachtspunt wordt ook de wijze van communicatie door instanties genoemd. Voor de communicatie met de jongeren betekent dit dat de focus zou moeten liggen op eenvoudig en voor de jongeren begrijpelijk taalgebruik en op motiverende gespreksvoering. Voor communicatie met schuldeisers betekent dit dat het loont om te investeren in het geven van uitleg over de situatie van de jongere en in het toelichten van de voordelen die het voor de schuldeiser heeft om medewerking te verlenen aan het schuldhulpverleningstraject.
◾Het onderzoek geeft aan dat veel winst is te behalen door kennisbevordering bij professionals, bijvoorbeeld als het gaat om de mogelijkheden voor schuldhulpverlening aan iemand met studiefinanciering of het begeleiden van mensen met een licht verstandelijke beperking of psychische problematiek bij financiële problemen.
◾Andere oplossingen liggen in het goed begeleiden van de overgang van 18- naar 18+ door gemeenten, maar ook in het bieden van stress-sensitieve hulp- en dienstverlening aan deze jongeren, waarbij rekening wordt gehouden met het effect van stress vanwege schulden en geldgebrek op iemands vermogen om verstandige beslissingen te nemen.
◾Aandacht is nodig voor het belang van preventie van schulden, zowel door schuldeisers, die een belangrijke rol kunnen spelen bij het voorkomen en oplossen van betalingsachterstanden bij hun klanten, als bijvoorbeeld via het aanleren van financiële vaardigheden aan jongeren in het onderwijs.
◾Voor jongeren van 18 tot 21 jaar geldt een lagere bijstandsnorm omdat ouders verplicht zijn hun kinderen tot 21 jaar te onderhouden. Daarnaast kun je als jongere recht hebben op bijzondere bijstand als je je onderhoudsrecht jegens je ouders niet te gelde kunt maken. Zwerfjongeren kunnen vaak geen beroep doen op hun ouders, bijvoorbeeld doordat hun relatie met ouders is verstoord, dus is aanvullende bijzondere bijstand voor deze groep waarschijnlijk regelmatig nodig. In hoeverre gemeenten op basis van hun beleidsregels zwerfjongeren deze mogelijkheid van bijzondere bijstand überhaupt bieden, is niet bekend, maar zeker het onderzoeken waard.
◾Maar liefst 50% van de ‘schuldhulpverleners’ geeft in de enquête aan dat zij te weinig tijd krijgen om hulp goed op te zetten omdat de werkdruk te hoog is. Het verlagen van caseload, waardoor schuldhulpverleners onder andere meer tijd kunnen besteden aan moeilijkere doelgroepen, waaronder zwerfjongeren, is wenselijk.
◾Tot slot worden veranderingen in het onderwijs zelf genoemd, waardoor deze jongeren onderwijs op maat kunnen volgen.

Gemeenten aan zet

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de schuldhulpverlening en de kwaliteit van dienstverlening. Zij staan het dichtst bij de mensen om wie het gaat en kunnen hen integrale en passende dienstverlening aanbieden. De in het rapport ‘Zwerfjongeren en schulden’ beschreven voorbeelden van gerichte aanpakken in vier gemeenten laten zien dat het toeleiden naar opleiding of werk voor deze groep jongeren mogelijk is en dat hun een uitweg uit de schulden geboden kan worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *