Pilot maatwerk in Zaanstad krijgt voortzetting in structureel beleid

Zaanstad is in 2015 gestart met de pilot ‘maatwerkondersteuning’. Dit budget is bijzondere bijstand die binnen deze pilot op een andere manier wordt toegekend: als smeermiddel en vangnet als andere wet- en regelgeving niet meer toepasbaar waren. Wijkteammedewerkers kregen het vertrouwen om bij inwoners in (verborgen) armoede in te schatten of ze geholpen zouden zijn met een bijdrage uit het maatwerkbudget. Deze pilot is door Silvia Bunt geëvalueerd, samen met het Verwey-Jonker Instituut. Zaanstad heeft nu besloten hoe men verder wil met het maatwerk binnen de bijzondere bijstand.

Vanuit de ervaringen binnen de pilot heeft Zaanstad geleerd dat bijzondere bijstand vaak beter na een goed gesprek in het wijkteam toegekend kan worden, dan door een centrale afdeling van de  gemeente. Bij deze werkwijze, zoals in de pilot is uitgetest, gebruikt de regisseur van het wijk- of jeugdteam de bijzondere bijstand als middel in een plan met een duidelijk (lange termijn) doel en een beschrijving van de complete situatie.

Uit een nadere verkenning door de gemeente bleek echter dat het niet efficiënt en effectief is om alle kosten bijzondere bijstand in de toekomst via het wijk- of jeugdteam te laten lopen. Daarom is gekozen voor een splitsing in werkwijze, afhankelijk van het type vergoeding dat wordt gegeven:

Er zijn vergoedingen waarvan is vastgesteld dat deze kosten noodzakelijk zijn. Voor deze kosten wordt een centraal digitaal proces ontwikkeld via een vast formulier bijzondere bijstand, dat eenvoudig en snel is. Daarnaast behouden de regisseurs van de wijkteams de mogelijkheid om, net als tijdens de pilot maatwerk, te doen wat nodig is om mensen uit armoede te halen of houden. Basis hiervoor vormt het maatwerkgesprek dat zij voeren met burgers. Deze werkwijze voor de toekenning van bijzondere bijstand is geen andere werkwijze dan regisseurs nu al gewend zijn in de pilot maatwerk.

Twee vormen van toegang tot bijzondere bijstand
Zaanstad kiest er dus voor om de toegang tot bijzondere bijstand voortaan structureel op de onderstaande twee manieren te gaan regelen:

Centraal digitaal aanvraagproces
Er komt één centrale digitale toegang voor bijzondere bijstand middels een vast formulier waarmee verschillende vaststaande kostenvergoedingen en de Collectieve zorgverzekering in één keer, eenvoudig en overzichtelijk kunnen worden aangevraagd. Dit betreft een aantal vooraf gedefinieerde kosten die noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld kosten voor de Raad voor Rechtsbijstand, rechtbank (bijvoorbeeld bewindvoering), afspraken met maatschappelijke partners zoals bijvoorbeeld het COA (binnen twee weken inrichtingskosten na toekenning van een woning aan een statushouder) of aanvragen waarbij de lage drempel prefereert (Meedoen Zaanstad). Deze manier van werken gaat bijvoorbeeld ook gelden voor de Individuele inkomensvoorziening (IIT) en de Individuele Studietoeslag (IST). Deze aanvragen worden door medewerkers op het gemeentehuis getoetst en toegekend op vooraf gestelde criteria zoals de 110% inkomensnorm. Hierbij wordt uitgegaan van het netto besteedbaar inkomen (en dus rekening gehouden met beslagen, de WSNP en minnelijke trajecten). Mocht een inwoner op basis van deze criteria niet in aanmerking komen voor een vergoeding, dan volgt een verwijzing naar het wijkteam.

Daarnaast mogelijkheid maatwerk door wijkteams
Het centrale en snelle digitale aanvraagproces biedt echter minder mogelijkheden om rekening te houden met de persoonlijke situatie en daarmee om maatwerk te verstrekken. Daarom behouden de medewerkers van de wijk- en jeugdteams ook de mogelijkheid om, net als in de pilot, bijzondere bijstand toe te kennen. Wel is een verschil dat er tijdens de pilotperiode geen beschikking werd afgegeven. Dit gaat nu veranderen. Het proces start met het maken van een goed financieel overzicht van het huishouden. Dit wordt het startpunt voor het gesprek in het wijk- en jeugdteam op het leefgebied inkomen en financiën.  De nieuwe werkwijze is gebaseerd op een ‘gezond verstand berekening’. Hoeveel geld komt er binnen (en kan dit verhoogd worden?), wat gaat er uit (en kan dit verlaagd worden?), wat blijft er onder de streep over en kan je daarmee betalen wat je nodig hebt?

De 110% inkomensnorm is niet altijd heilig
Op dit moment worden alle minimaregelingen in Zaanstad toegekend op basis van een draagkrachtberekening met strikte inkomensnormen.  Deze 110% grens blijft in de nieuwe werkwijze gelden voor de kosten die centraal digitaal aangevraagd kunnen worden. Maar deze strikte inkomensgrenzen laat de gemeente Zaanstad bewust los bij het maatwerkgesprek door het wijkteam. Indien er hoge noodzakelijke uitgaven of schulden zijn, kan het namelijk voorkomen dat de maandelijkse bestedingsruimte te laag is om kosten te betalen om bijvoorbeeld de situatie te doorbreken (verhuizen, training volgen, overstappen zorgverzekeraar, schulden niet hoger laten oplopen als er geen andere mogelijkheden meer zijn, etc.). In dat geval krijgt de regisseur de ruimte om te doen wat nodig is zonder de inkomensgrens te hoeven hanteren. Hier is de motivatie waaróm er afgeweken wordt van de norm essentieel.

Hoe nu verder?
De gemeente Zaanstad gaat de komende tijd de bovenbeschreven werkwijze in detail uitwerken in werkprocessen, bijbehorende formulieren en de nodige ondersteuning/scholing voor de wijk- en jeugdteams.

Meer informatie
Neem voor meer informatie over dit artikel, over maatwerk of voor beleidsadvies/onderzoek over wijkteams contact op met Silvia Bunt: 06-14667388, of per email: info@slimbeleid.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *